De Kampse Watertoren

Wat goed of zelfs perfect is wordt vaak als normaal en vanzelfsprekend aangenomen. Zo is het ook met ons Kamps kraantjeswater: perfect en van eigen bodem.
Als we richting Hechtel rijden, kaarsrecht door het oefenterrein, wie kijkt er dan nog naar de Watertoren aan de rechterzijde? En toch komt ons kraantjeswater daar vandaan. Helder zuiver water opgepompt uit onze eigen (zij het Hechtels grondgebied) militair domein.
Niemand die daarvoor de archieven induikt en zijn hersens verstuikt op zoek naar de oorsprong. En toch het heeft veel kronkels gekost vooraleer we in onze huizen gewoon een kraantje moesten open draaien om kostbaar water te laten vloeien.
Niettemin, de moeite waard.
Het Kamp van Beverlo en de gemeente Leopoldsburg betrokken het water, zoals destijds gebruikelijk, uit waterputten. Maar spoedig bleek dat dit water moest gekookt worden alvorens het te gebruiken in de voeding.
Toen, rond 1912, het infanteriekamp andermaal werd uitgebreid en er dus een groter aantal troepen tegelijkertijd moest voorzien worden van water overwoog de overheid de onhygiënische putten te vervangen door een waterleidingsysteem.
Proefboringen bewezen dat 500m ten Oosten van het Kamp, perfect drinkwater voorhanden was op goed bereikbare diepte. De bouw van een watertoren op heuvel 63 werd voorgesteld maar ook spoedig achterhaald gezien afstand tot de boorplaatsen. Bij het uitbreken van WO1 waren er 3 putten geboord en was de ruwbouw van de watertoren klaar tot het eerste verdiep.
Na de wapenstilstand, november 1918, werden de werken hernomen. Het voltooien van de bouw van de watertoren was geen probleem.
Wel het hergebruiken van de drie boorputten van voor 1914 die wegens vervuiling, en een munitieontploffing in de zomer van 1919 onbruikbaar waren en dus afgeschreven moesten worden.
Nieuwe boringen meer Oostwaarts kwamen uit op nieuwe bronnen die zowel in kwaliteit als in kwantiteit de vorige overschreden.
De waterwinning en distributie werd als volgt voorzien en uitgevoerd:

  1. De aanboringen zouden gebeuren met drie groepen van 10 boorputten die via een centrale leiding een overhevelingspunt zouden voorzien van water.

  2. Een gebouw, genaamd “pompage-post” (we kennen allemaal de “pompage” op de Hechtelsesteenweg) zou de nodige installatie herbergen om via een centrale leiding het water naar de watertoren te stuwen.

  3. Een watertoren in gewapend beton met twee concentrische kuipen en een totale capaciteit van 1000m³.

  4. Vanuit de watertoren vertrekt een hoofdwaterleiding naar het Kamp waar een netwerk voor de nodige verspreiding zorgt.

Men voorzag verbruikspieken van 150m³ per uur. Hiertoe zou er per etmaal 16 uur moeten gepompt worden. Gans het waterwinningssysteem bestaat uit drie groepen van elk tien putten, ongeveer 100 meter van elkaar, en elke groep in een andere richting. Er is mogelijkheid voorzien voor de aanleg van een vierde groep. De putten zijn onderling met elkaar verbonden. De drie groepen komen samen in een centrale collector.
De toestellen die nodig zijn om het water van deze collector naar de watertoren te stuwen zijn opgesteld in een gebouw in de onmiddellijke nabijheid van de collector. We kennen dit als de “pompage” links langs de Hechtelsesteenweg.
De watertoren heeft een totale hoogte van 32m en een maximale doormeter van 16m.
De totale kostprijs van de werken na WO I overschrijden ruim de 4 miljoen Belgische frank (dit cijfer werd berekend in 1924).
Door de omvang van deze uitgaven werden andere noodzakelijke werken in het Ruiterijkamp uitgesteld.

Bron: “Exposé succinet des circonstances qui ont amené à la création de la distribution d’eau au Camp de Beverlo.” door FAYT, Directeur van de B.C.M. 1924.

Jos Vermeulen
Geschied- en Heemkundige Kring Leopoldsburg vzw.

This article is also available in English