Onderstaand artikel heb ik ontvangen van Jef Leynen: 

 

 
Pater ASTERIUS – Jozef August Sels

 geboren te Weelde op 20 juli 1914.

overleden te Strooiendorp-Leopoldsburg op 25 november 1999.

te Lommel: 1952/1999

WIJ GEDENKEN:

Onze medebroeder PATER ASTEER

GUST SELS, 1914 -1999

85 jaar oud, 66 jaar kapucijn en 60 jaar priester

Gust Sels, geboren te Weelde op 20 juli 1914 was de zoon van Antoon (°1877  †1958) en van Maria Dierckx (°1878­ †1961). Vader was veldwachter en moeder zorgde voor het huishouden. Beiden waren oorspronkelijk van Oud­Turnhout.

Gust was achttien jaar oud als hij op 15 september 1932 binnentrad bij de minderbroeders kapucijnen te Aalst waar hij zijn noviciaat begon. Hij kreeg er de kloosternaam frater Asteer. In oktober verlieten de novicen het klooster van Aalst en vertrokken met ‘een coupon sociétaire’ naar het nieuw noviciaat te Edingen.

Hij heeft er zijn tijdelijke geloften uitgesproken op 17 september 1933. Hij kreeg er de kloosternaam van frater Asteer. Kort daarop vertrok hij samen met zijn medeconfraters naar Brugge S. Clara om de studies van filosofie te beginnen. In augustus 1936 zijn ze naar het seminarie voor theologie van Izegem vertrokken, en Asteer legde daar op 2 februari 1938 zijn geloften af voor het leven. Samen met nog twaalf mede­broeders werd hij op 3 juni 1939 te Brugge door Mgr. Lamiroy tot priester gewijd. Tijdens het verlof werd hij op 25 augustus 1939 gemobiliseerd en werd slechts na de capitulatie op 13 juni 1940 vrij gelaten en kon hij terugkeren naar Izegem. In de maand augustus 1940 werd hij aangeduid om voor een jaar de cursus van gewijde welsprekendheid te volgen in het klooster te Herentals. Het jaar daarop in juli 1941 werd hij benoemd als medepastoor van de Vlamingen in Bergen en in augustus 1946 werd hij er pastoor van de Vlamingen in opvolging van P. Sebastiaan Reygaerts die lector werd in Brugge St. Clara. Zijn werk bij de Vlamingen getuigde van zijn grote verbondenheid met zijn volk. Hem werd ook de organisatie toevertrouwd van de hulpverlening aan de Antwerp­se families die hun stad waren ontvlucht wegens de aanhoudende beschietingen door de V1 en V2. Hoe meer hij zich mens toonde, des te meer hadden de mensen in hem de ware priester gevonden. In augustus 1949 kreeg hij een onderpastoor bij in de persoon van P. Justien Vandewynckel. Asteer had het heel druk met de bezoeken aan zijn mensen. In augustus 1952 kreeg hij een andere benoeming en schreef hij een uitnodiging tot al de Vlaamse mensen voor een bijeenkomst in Bergen, want hij wilde van hen afscheid nemen alvorens naar Lommel af te reizen waar zijn nieuwe thuis zou zijn. In Bergen nam P. Abel zijn taak over. In Lommel hoorde hij vertellen dat de deken van Leopoldsburg zinnens was een nieuwe kapel te bouwen in Strooiendorp maar tot dan toe was er niets gebeurd. Asteer zag daar wel muziek in en hij trok er naartoe en begon daar op zijn eentje stenen te kappen. De mensen zagen het en bewonderden hem en toen ze vernamen dat er een kerkje zou komen in Strooiendorp, toonden ze veel belangstelling en ze staken Asteer een handje toe. En de stenen bleven maar komen en stilaan, onder leiding van Asteer, met de medewerking van veel mensen ter plaatse en met hard te werken is het kerkje er gekomen. De kerk werd toegewijd aan Onze Lieve Vrouw der armen. En de stichter Asteer zag dat het goed was. En hij werd er pastoor en kwam er ook wonen. In een heel bescheiden woning nam hij zijn intrek dicht bij de kerk. In Strooiendorp hadden ze nu een kerkje en veel sympathiek volk dat meegewerkt had voor de opbouw ervan en voor dat volk zou Asteer nu de herder zijn. Op de parochie bouwde hij een sterk verenigingsleven uit met een schuttersvereniging, een zangkoor, een vrouwengilde, een vereniging voor gepensioneerden, een St. Barbaragilde, een mijnwer­kersgilde en een parochieraad. Asteer had een echte franciscaanse ziel en daarom wilde hij een beeld van Sint Franciscus naast de kerk, en hield een tweejaarlijkse Franciscus­processie en bloemenfeesten. In 1992 was hij toen al 40 jaar pastoor en hij werd overladen met bloemen en gelukwensen. Hij was dan immers ook al 60 jaar kapucijn, en omwille van zijn ongedwongen en grenzeloze inzet had hij al enkele jaren geleden, de titel van ereburger van Leopoldsburg ontvangen. In 1994 waren er weerom feestelijkhe­den want Asteer was 80 jaar oud geworden en de mensen hielden er aan om hun pastoor in de bloempjes te zetten. Op 7 september 1995 kreeg hij plots een hartinfarct en moest opgenomen worden in het ziekenhuis te Lommel. Nog enkele keren is hij in 1996 en in 1998 opgenomen geweest in het ziekenhuis maar telkens kwam Asteer naar Strooien­dorp terug. Tijdens zijn ziekzijn werd hij op de parochie geholpen door een medebroeder franciscaan Raymond Elsen pastoor op de dichtbijgelegen parochie en ook door br. Kristiaan van der Linden die vanuit Herentals, telkens gereed stond om hulp te bieden. Voor Asteer begonnen de jaren te wegen. 47 jaar lang heeft hij de klokken geluid en zo de mensen opgeroepen naar de kerkelijke diensten. Nog laatst werd, onder zijn toezicht, nog druk getimmerd aan een grote kerststal. Op 25 november 1999 ging hij nog eens zijn oudste zuster bezoeken en keerde ’s avonds naar huis terug. Die avond was hij bij zijn thuiskomst erg vermoeid en ging rusten. Asteer is die avond de eeuwige rust ingegaan, bij hem thuis in zijn bescheiden ‘paterij’ zoals hij zijn woning noemde. Zijn droom was in vervulling gegaan: thuis in Strooiendorp mogen sterven. 85 jaar is hij geworden waarvan hij er 47 doorbracht als pastoor van Strooiendorp.

De mensen van Strooiendorp waren in rouw, maar ze zorgden dat Asteer een waardige begrafenis kreeg. De begrafenisplechtigheid had plaats op 1 december 1999 in het kerkje van Strooiendorp. Een bomvolle kerk is die dag komen afscheid nemen van Asteer. Geen plekje in de kerk was onbezet. Veel mensen hebben rechtstaande de plechtige uitvaart bijgewoond. Veel familieleden, een dertigtal medebroeders kapucijnen, veel priesters, bekenden en vrienden en de mensen van Strooiendorp zelf waren afscheid komen nemen van hun nonkel pater, hun pastoor, hun medebroeder en vriend. De leden van de mijnwerkersgilde en van de Brandweer waren er ook met hun vlaggen. De kinderen van de lagere school hadden ieder een bloempje meegebracht dat ze in een vaas bij de lijkbaar hadden geplaatst. Br. Adri, provinciaal ging voor in de uitvaartdienst met in concelebra­tie de Heer deken van Leopoldsburg, diaken Sels een familielid van Asteer, br. Paul Paternoster en Kristiaan Van der Linden uit Herentals en Robert Herte uit Lommel.

Raymond EIsen zorgde voor het goede verloop van deze plechtigheid. Op de eerste rij bemerkten we de vicaris-generaal van het bisdom Hasselt en de burgemeester van Leopoldsburg. Het zangkoor had plaats genomen achter het altaar en zorgde voor de Latijnse en Vlaamse liederen, liederen ook die Asteer graag zong op een of andere feestelijkheid. Een boekje met teksten was ook voorzien voor de aanwezigen.

Het was br. Kristiaan Van der Linden die de homilie hield. In eenvoudige woorden vertelde hij hoe Asteer hield van zijn mensen, hoe hij er werkte in samenwerking met de mensen, hoe hij begaan was met het lief en leed van zijn mensen. Asteer stond open voor alle goede initiatieven die ze bij hem kwamen bespreken. Hij legde steeds de nadruk op de menslievendheid en het goed zijn voor elkaar. Om zijn eenvoud werd hij geprezen en hij leefde en werkte in verbondenheid met de gelovige gemeenschap. Voor iedereen had hij een goed woord, en van niemand sprak hij kwaad. Hij bedekte alles met de mantel van de liefde. Asteer was een toegewijd priester die leefde in alle eenvoud, en daarom was hij zeer gewaardeerd. Graag bezocht hij zijn familie van wie hij altijd veel steun en bemoedi­ging had mogen ondervinden. De zieke medebroeders ging hij regelmatig bezoeken en troosten en was aanwezig als er iemand jubileerde. Voor vele mensen was hij een vertrouwensman geworden. Zijn grootste zorg ging vooral naar de armen en behoefti­gen. Hij herhaalde het telkens in zijn preken, “laat ons leven in geloof en betrouwen op God,  leven naar het voorbeeld van Jezus die ons allen zegt dat we in vrede en goede verstandhouding met elkaar moeten leven.”. Dat is ook de boodschap die Asteer ons nalaat. Moge zijn werk dat hij als priester in Strooiendorp heeft verwezenlijkt verder vruchten blijven dragen.

Bij de absoute na de eucharistieviering, sprak Rik Palmans, vicaris-generaal van het bisdom Hasselt, een woord van lof en dank uit voor het werk van P. Asteer. Hij las ook de afscheidsgebeden. Na de absoute hield de burgemeester van Leopoldsburg een afscheidswoordje. Hier volgt de tekst:

“Als g’hier op Strooiendorp voorbijrijdt, als g’hier komt op dat plein, aan de parochie­zaal, aan de school, aan deze kerk, dan kunt ge niet anders of ge denkt aan Pater Asteer. Dit was zijn levenswerk, dit was zijn leven….

Hoe kort hij ook overleden is – denken of terugdenken aan zijn leven is terugkeren in de tijd en, wat ons betreft, in de laatste halve eeuw in de geschiedenis van onze gemeente. Hij was iemand die allang “ereburger” was van deze gemeente vooraleer hem deze titel verleend werd. Hij werd immers door iedereen die hem kende geëerd en gewaardeerd. Wij bieden als gemeentebestuur aan de familie en de priesters en kloostergemeenschap onze innige deelneming aan.

En, ik zeg het met eerbied, maar ik denk: dat Pater Asteer niet graag zou hebben dat we er vandaag een echt trieste bedoening zouden van maken.

Daarvoor was hij zelf te blij, te vrolijk, te goedgemutst, volkomen in de geest van die grote voorganger van hem Sint Franciscus. Honderden keren heeft hij hier in deze kerk zelf gezegd: “Weest niet bedroefd als diegenen die geen hoop hebben”.

Pater Asteer zal zeker voor velen van ons vereenzelvigd worden met de Kempenzoon, de eenvoudige Kempische mens, die vanuit zijn diepe eenvoud en vanuit zijn geloof werd aangegrepen door het voorbeeld van Sint Franciscus om als kapucijn gehoor te geven aan zijn roeping.

Al spoedig stond hij ‘tussen’ de mensen. Hij zou het in het klooster nog moeilijk kunnen keren hebben. Hij leefde graag tussen het volk, zijn volk en hij leefde er mee, mee in goede en kwade dagen. Hij was er voor iedereen, voor rijk en voor jong en oud.

En wat was hij hier gère op Strooiendorp, ‘zijn’ Strooiendorp. Zijn laatste wens om tot het einde toe, hier te mogen blijven is in vervulling gegaan.

Hij kan ons niet naar huis sturen vandaag met een kwinkslag, hij kan ons niet naar huis sturen met een bemoedigend woord, hij kan ons niet meer zeggen, tot ziens… tenzij hij ons aanspreekt in ‘ons hart’, tenzij wij hem bewaren, in onze herinnering, tenzij wij hem hier verder ‘laten’ leven, in onze herinnering verbonden met al wat hier rondom ons is en waarvan hij zijn levenswerk gemaakt heeft.

Nog voor een paar maanden bij de inhuldiging van het Pater Asteerplein, toen hij zestig jaar priester was, hebben we hem hier gevierd en we hebben ons hier thuis gevoeld bij hem en gelachen en gezongen, zoals hij het graag had.

Hij was géén man van grote woorden! Bedankt allemaal, zei hij. En nu gaan we zingen: gewoon maar goed zijn voor elkaar, een beetje liefde, een mooi gebaar.

Hij zong zo graag, en hij kon zingen.

In de Stille Kempen, op de purpren hei… zo dikwijls ze dat lied hier horen… zo dikwijls zullen ze hier met heimwee terugdenken aan ‘hunne’ pater… want hij was ‘van hen’. Dat is hier op aarde een hemel voor mij…

Hij zong het, en hij geloofde het… dat was hier een hemel voor hem! en… de ‘hemel’, dat was naast O. L. Heer, Sint Franciscus zijn groot voorbeeld, waarnaar hij leefde.

Toon Hermans dichtte ooit: die niet in het kind het wonder ziet, hij snapt het hele liedje niet.

Ik zou durven zeggen: die niet in Asteer een beetje Franciscus ziet, die snapt ‘zijn’ hele liedje niet. Het lied van zijn leven, dat hij beleefde tussen ons en dat – als wij het willen – ­kan blijven verder leven. Het ligt aan ons!

Het ligt aan ons, en dat zou het grootste plezier zijn dat we hem kunnen doen, ook nu nog!

Hij zou ons ‘kleingelovigen’ vinden indien we nu afscheid zouden nemen. Voor mij en voor zovelen van ons dorp was het een verrijking hem te kennen. Ik denk dat hij vandaag zou willen dat we zouden terugdenken aan de vele mooie dagen toen het goed was en dat hij vooral zou willen dat het zo bleef!

Dank u wel, Pater Asteer, voor alles wat ge voor ons betekend hebt en ‘nog’ betekent!”

Na dit woordje dat door allen in grote stilte werd aanhoord, kwamen de medebroeders rond de lijkbaar staan.

In naam van alle medebroeders en in zijn persoonlijke naam sprak br. Adri, provinciaal, een afscheidswoord. Ook deze tekst geven we u ter lezing:

Beste medebroeder Asteer,

Ieder van ons wist dat je groot en warm en gouden hart, broos en breekbaar was geworden en dat het ieder ogenblik kon begeven.

Jij wist dit en je oversten wisten dit en ze trokken af en toe aan je mouw om het nu in één van de fraterniteiten rustig aan te doen. En hoewel je altijd erg gehouden hebt van je medebroeders, hoopte je toch hier in Strooiendorp te mogen sterven.

En zo is het gebeurd, je was donderdag doodmoe en je bent zachtjes van ons wegge­gaan. Toch niet onopgemerkt, want heel goede vrienden en Lieske, die zo goed voor je zorgde in de laatste jaren en die het mogelijk maakte, dat je hier bleef wonen, waren bij je.

Asteer, we dragen je weg, uit deze kerk, die je gebouwd hebt, samen met de mensen van Strooiendorp, uit deze kerk waar je gebeden, gevierd en gezongen hebt, lijden en vreugde van jouw mensen gedeeld hebt en .hen voor God gebracht hebt, waar je mensen bemoedigd hebt.

Asteer, we dragen je nu weg uit jouw Strooiendorp waar ge in grote eenvoud als een echte kapucijn, als een echte broeder van Franciscus leefde.

We dragen je naar je rustplaats bij je medebroeders in Meersel. Je zult niet lang moeten wennen, want je kwam heel graag in Meersel en je bent altijd heel erg verbonden geweest met je medebroeders en je hebt er nu ongetwijfeld al veel met grote warmte begroet, aan de overkant van dit leven   .

Ja, Asteer, je was heel graag gezien door je medebroeders. Je was altijd positief gestemd, en hartelijk, en echt. Spontaan werd je altijd met sympathie en met een glimlach begroet.

Asteer, je leven was voltooid, het was af. Het is héél vruchtbaar geweest.

Je had een hoge leeftijd en toch zul je nog een leemte laten, hier in Strooiendorp, bij je collega’ s, bij je familie, bij je medebroeders.

Maar vooral laat je heengaan dankbaarheid na om wie jij was. Jouw naam zal voor ieder van ons heel rijke herinneringen blijven oproepen, herinneringen aan een goed mens, een goede herder, een goede broer en nonkel, een goede medebroeder. De herinneringen aan jou zullen ieder die je kende heel vaak met warmte doen glimlachen en ze zullen altijd appelleren op het beste in onszelf en ons aansporen om ook een goed mens te zijn.

Asteer, dank je wel! En blijf met ons verbonden.

Nog één iets Asteer, we willen je ook nog graag zeggen dat wij je familie, je collega’s, je goede vrienden en de goede mensen van Strooiendorp, dankbaar zijn omdat ze goed waren voor jou.

En nu willen we heel graag de zegen van Franciscus over jou zingen! Zing van aan de overkant maar mee… De Heer zegene u, Hij wende zijn gelaat naar u toe en geve U zijn vrede!”.

Daarna speelde de organist op het orgel het vaderlands volkslied. En onder het zingen van het lied ‘0 mijn Kempen’ werd Asteer uit de kerk gedragen naar zijn eeuwige rustplaats in Meersel-Dreef. Daar heeft br. Luc Wouters, gardiaan, de laatste afscheids­gebeden gelezen en dankte de familie en de vele vrienden uit Strooiendorp die meegekomen waren, voor hun intens meeleven.

Asteer blijve leven in onze herinnering!